Wat te doen in Sevilla?

1. De kathedraal en La Giralda

De kathedraal van Sevilla, Santa Maria de la Sede, staat niet zonder reden op de Werelderfgoedlijst van Unesco. De minaret La Giralda, nu de klokkentoren van de kathedraal, is het bekendste monument van Sevilla. De toren is bijna 100 meter hoog, en steekt dus boven de stad uit. La Giralda werd tussen 1184 en 1195 gebouwd door de Almohaden en was toen de hoogste minaret van de wereld. Je zou denken dat deze vierkante toren geen minaret is, omdat het geen ronde toren is. Dit soort vierkante minaretten zijn echter typisch voor het Moorse verleden van deze streek, en komen wel vaker in noordelijk Afrika voor. Je ziet hier, en ook elders in de stad, typisch Moorse elementen in de architectuur: zigzagbogen boven zuilen, ruitvormige ornamenten,... Na de christelijke verovering van Sevilla plaatste men nog een verdieping boven op de vroegere minaret, zodat er plaats was voor klokken. De bovenverdieping werd in de 16e eeuw gebouwd. Bovenop de klokkentoren staat El Giraldillo, een bronzen windvaan uit 1568. De klokkentoren ontleende haar naam, La Giralda, aan deze windvaan. Je kan de klokkentoren beklimmen. Van daar heb je een prachtig zicht op Sevilla en op de structuur van de kathedraal. Er is geen trap in de minaret, maar een helling. Blijkbaar reed de Muezzin in de tijd van de Moren graag te paard naar boven...

De minaret hoorde oorspronkelijk bij de Grote Moskee van Sevilla. Deze moskee was wel 100 op 150 meter groot. Op de plaats van deze moskee bouwde men in de 15e eeuw een even gigantische kathedraal. De kerk is 126 meter lang, 83 meter breed, en het hoogste punt vanbinnen is 37 meter hoog. De kathedraal van Sevilla is dan ook de grootste gotische kerk ter wereld. Er werd dan ook een eeuw aan gebouwd. De kerk heeft ook vanbinnen indrukwekkende afmetingen. Het topstuk van de kerk is allicht de Capilla Mayor (de hoofdkapel met mooie koepel), met een prachtig altaar, dat door de Vlaming Pieter Dancart in 1482 werd ontworpen. Het duurde zelfs een eeuw om het altaar af te werken. De kapel werd gebouwd in opdracht van Karel V, ter ere van Ferdinand III, de katholieke vorst die Sevilla heroverde op de Moren. Ferdinand III ligt hier ook begraven, net zoals zijn zoon en opvolger Alfons X.

Christoffel Columbus ligt ook in de kathedraal begraven. Zijn grafkist wordt gedragen door vier beelden, die de vier Spaanse koninkrijken symboliseren. Je ziet er dus Castilië, Leon, Aragon en Navarra. Of het stoffelijk overschot van Columbus echt in de kist ligt, is niet echt heel zeker. Hij werd immers eerst, zoals hij zelf wou, begraven op de Dominicaanse Republiek. In 1795 werd zijn gebeente dan opgegraven en naar Cuba gebracht. Na de Spaans-Amerikaanse oorlog van 1898 kon het lichaam eindelijk terug naar Sevilla worden gebracht. Op de Dominicaanse Republiek zegt men echter dat de Spanjaarden de foute beenderen hebben meegenomen.

Ga zeker ook even zitten op de Patio de los Naranjos. Het is aangenaam vertoeven tussen de sinaasappelbomen.

Je kan online tickets kopen voor de kathedraal, ook voor de gratis maandagen. Dit lijkt wel een aanrader te zijn, gezien er soms lange wachtrijen durven staan om binnen te gaan.

Inkom: €9 (kathedraal en La Giralda), gratis op maandag.
Locatie:  Av. de la Constitución, s/n, 41004 Sevilla
Openingsuren: maandag: 11u-15u30; di-za: 11u-17u; zo 14u30-18u. In juli en augustus is de kerk vaak iets langer open. Kijk de website hiervoor na.
Website: www.catedraldesevilla.es

2. Real Alcázar

De Real Alcázar is een perfect voorbeeld van de typische Andalusische mudejarbouwstijl. De mudejarbouwstijl wordt gekenmerkt door een mengelmoes van islamitische en christelijke kenmerken. Dit grote complex was de woonst van de heersers van Sevilla, of ze nu islamitisch of christelijk waren.

De basis voor het huidige paleis werd al in 712 gelegd, vlak na de Moorse verovering. Toen werd er een fort gebouwd. De Almohaden, die in de twaalfde eeuw Sevilla innamen, maakten van het fort een residentie. Je kan nog steeds een deel van deze heel oude residentie zien in de Real Alcazar: de Patio del Yeso. In de dertiende eeuw liet de koning van Castilië Alfons X het paleis in gotische stijl optrekken. Dit zijn nu de salons van Carlos V. In 1364 liet de christelijke koning Peter I islamitische werkers van Granada en Toledo komen om deze Moorse residentie om te vormen tot een echt paleis. De meeste vertrekken dateren uit deze tijd.

Je kan een heel stuk van het paleis bezoeken, maar niet alles. Op de eerste verdieping van de Real Alcázar zijn er immers de koninklijke vertrekken, de Cuarto Real Alto. Wanneer de Spaanse koninklijke familie een bezoek brengt aan Sevilla, verblijven ze meestal hier.

Eerst kom je langs de Patio del León. Hier kan je de middeleeuwse muren en toegangspoorten zien. Links moet je even binnengaan bij de Sala de la Justicia voor de betegelde zitbankjes en de koepel met houtsnijwerk. Koning Alfons XI liet deze gerechtszaal bouwen in de veertiende eeuw. Hierachter ligt de Patio del Yeso uit de Almohadentijd.

Hierna kom je in de Patio de la Montería. Dit is de centrale patio van het paleis en is omringd door de belangrijkste kamers. Rechts ligt bijvoorbeeld de Cuarto del Almirante, de woonruimte van de admiraal. Dit deel van het paleis dateert van de zestiende eeuw en was een deel van de Casa Contratación de las Indias. Men bereidde hier de expedities naar Amerika voor en de handel werd hier gecontroleerd. Ook Columbus is hier langsgeweest.  De woonruimte bestaat uit twee hoofdvertrekken, de Sala del Almirante en de Sala de Audiencia. In deze laatste zaal zie je het retabel van de Maagd van de zeevaarders, een mooi werk door Alejo Fernández uit de jaren 1530. De andere zalen worden gebruikt als tentoonstellingsruimtes.

Wanneer je terug op de Patio de la Montería komt, staat voor je het Palacio Mudéjar, gebouwd door koning Peter I. Kijk zeker naar de mooie wit-blauwe tegeltjes, of azulejo's. Hier staan verzen op die Allah prijzen. Allicht was Peter I niet helemaal op de hoogte van wat zijn Islamitische werkmannen tegen de muren plakten... Binnen in dit gedeelte van het paleis vind je de Patio de las Doncellas en de Patio de las Muñecas. Aan dit laatste ligt het Salón de los Embajadores, de vroegere troonzaal van de islamitische koning.

Via de Patio de las Doncellas kom je in de Palacio Gótico. Karel V liet dit gotisch paleis naast het mudejarpaleis van koning Peter I bouwen. Het paleis van Karel V is heel erg anders: killer en zeer middeleeuws. De Sala de las Bóvedas was oorspronkelijk de feestzaal waar in 1526 het huwelijk van Karel V met Isabella van Portugal werd gevierd. Hun zoon, Filips II, heeft de zaal wat laten aanpassen. In de Sala de las Tapices vind je heel wat tapijten die in 1544 werden gemaakt in Brussel. Ze tonen de overwinning van Karel V op de Turken. Langs hier kan je ook naar de grote tuinen.

De Real Alcázar is niet zo indrukwekkend als het Alhambra in Granada, maar is nog steeds een verbluffende plaats om te bezoeken. Al de kamers en zeker de tuinen zijn ongelooflijk prachtig. Je kan er uren en uren in rondlopen.

De wachtrijen om binnen te gaan kunnen soms lang zijn, hoewel het best goed vooruit gaat. Je kan online tickets kopen om sneller binnen te komen.

Inkom: €11,50 om alles te bekijken; gratis op maandag van 18u tot 19u in april-september en van 16u tot 17u in oktober-maart (€1 als je online een ticketje boekt waardoor je niet in de lijn moet gaan staan).
Locatie: Patio de Banderas, s/n, 41004 Sevilla
Openingsuren: oktober-maart: dagelijks 9u30-17u; april-september: dagelijks: 9u30-19u
Website (alleen in het Spaans): www.alcazarsevilla.org

2. Real Alcázar

De Real Alcázar is een perfect voorbeeld van de typische Andalusische mudejarbouwstijl. De mudejarbouwstijl wordt gekenmerkt door een mengelmoes van islamitische en christelijke kenmerken. Dit grote complex was de woonst van de heersers van Sevilla, of ze nu islamitisch of christelijk waren.

De basis voor het huidige paleis werd al in 712 gelegd, vlak na de Moorse verovering. Toen werd er een fort gebouwd. De Almohaden, die in de twaalfde eeuw Sevilla innamen, maakten van het fort een residentie. Je kan nog steeds een deel van deze heel oude residentie zien in de Real Alcazar: de Patio del Yeso. In de dertiende eeuw liet de koning van Castilië Alfons X het paleis in gotische stijl optrekken. Dit zijn nu de salons van Carlos V. In 1364 liet de christelijke koning Peter I islamitische werkers van Granada en Toledo komen om deze Moorse residentie om te vormen tot een echt paleis. De meeste vertrekken dateren uit deze tijd.

Je kan een heel stuk van het paleis bezoeken, maar niet alles. Op de eerste verdieping van de Real Alcázar zijn er immers de koninklijke vertrekken, de Cuarto Real Alto. Wanneer de Spaanse koninklijke familie een bezoek brengt aan Sevilla, verblijven ze meestal hier.

Eerst kom je langs de Patio del León. Hier kan je de middeleeuwse muren en toegangspoorten zien. Links moet je even binnengaan bij de Sala de la Justicia voor de betegelde zitbankjes en de koepel met houtsnijwerk. Koning Alfons XI liet deze gerechtszaal bouwen in de veertiende eeuw. Hierachter ligt de Patio del Yeso uit de Almohadentijd.

Hierna kom je in de Patio de la Montería. Dit is de centrale patio van het paleis en is omringd door de belangrijkste kamers. Rechts ligt bijvoorbeeld de Cuarto del Almirante, de woonruimte van de admiraal. Dit deel van het paleis dateert van de zestiende eeuw en was een deel van de Casa Contratación de las Indias. Men bereidde hier de expedities naar Amerika voor en de handel werd hier gecontroleerd. Ook Columbus is hier langsgeweest.  De woonruimte bestaat uit twee hoofdvertrekken, de Sala del Almirante en de Sala de Audiencia. In deze laatste zaal zie je het retabel van de Maagd van de zeevaarders, een mooi werk door Alejo Fernández uit de jaren 1530. De andere zalen worden gebruikt als tentoonstellingsruimtes.

Wanneer je terug op de Patio de la Montería komt, staat voor je het Palacio Mudéjar, gebouwd door koning Peter I. Kijk zeker naar de mooie wit-blauwe tegeltjes, of azulejo's. Hier staan verzen op die Allah prijzen. Allicht was Peter I niet helemaal op de hoogte van wat zijn Islamitische werkmannen tegen de muren plakten... Binnen in dit gedeelte van het paleis vind je de Patio de las Doncellas en de Patio de las Muñecas. Aan dit laatste ligt het Salón de los Embajadores, de vroegere troonzaal van de islamitische koning.

Via de Patio de las Doncellas kom je in de Palacio Gótico. Karel V liet dit gotisch paleis naast het mudejarpaleis van koning Peter I bouwen. Het paleis van Karel V is heel erg anders: killer en zeer middeleeuws. De Sala de las Bóvedas was oorspronkelijk de feestzaal waar in 1526 het huwelijk van Karel V met Isabella van Portugal werd gevierd. Hun zoon, Filips II, heeft de zaal wat laten aanpassen. In de Sala de las Tapices vind je heel wat tapijten die in 1544 werden gemaakt in Brussel. Ze tonen de overwinning van Karel V op de Turken. Langs hier kan je ook naar de grote tuinen.

De Real Alcázar is niet zo indrukwekkend als het Alhambra in Granada, maar is nog steeds een verbluffende plaats om te bezoeken. Al de kamers en zeker de tuinen zijn ongelooflijk prachtig. Je kan er uren en uren in rondlopen.

De wachtrijen om binnen te gaan kunnen soms lang zijn, hoewel het best goed vooruit gaat. Je kan online tickets kopen om sneller binnen te komen.

Inkom: €11,50 om alles te bekijken; gratis op maandag van 18u tot 19u in april-september en van 16u tot 17u in oktober-maart (€1 als je online een ticketje boekt waardoor je niet in de lijn moet gaan staan).
Locatie: Patio de Banderas, s/n, 41004 Sevilla
Openingsuren: oktober-maart: dagelijks 9u30-17u; april-september: dagelijks: 9u30-19u
Website (alleen in het Spaans): www.alcazarsevilla.org

3. Parque María Luisa & Plaza de España

 

De Plaza de España is wellicht het bekendste plein van Sevilla. Het ligt in het Parque María Luisa, een uitgestrekt park, waar het vrij rustig is eens je de Plaza de España achter je laat. 

In het Parque María Luisa is het fijn om rond te wandelen. In 1929 werd hier de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling gehouden. Dit houdt nu vooral in dat er heel veel verlaten tentoonstellingspaviljoenen in het park staan. Sommige paviljoenen zijn nu musea, zoals het archeologisch museum, maar velen staan ook gewoon leeg en te verkommeren. Neem zeker je tijd om hier rustig op ontdekkingsreis te gaan.

De meeste mensen beperken hun bezoek aan het park echter tot een fotosessie op de Plaza de España. Dit plein wordt aan een kant afgezoomd door het enorme gebouw dat je hier op de eerste foto ziet. Dit was tijdens de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling het paviljoen van Spanje. Je vindt er alle Spaanse provincies terug in tegeltafereeltjes.

Locatie: Paseo de las Delicias, s/n, 41013 Sevilla

4. Archeologisch museum

Het archeologisch museum ligt in het verste uiteinde van het Parque Maria Luisa.  Het museum herbergt een mooie collectie voorwerpen, ook van de pre-Romeinse tijd, zoals van de Iberische bevolking. In de kelder van het museum vind je de unieke goudschat van El Carambolo, uit de zesde eeuw v.Chr.. Ik zou zeker even binnenspringen wanneer je in de buurt bent, gezien het museum toch gratis is voor inwoners van de EU!

Inkom: gratis
Locatie: 
Plaza América, 51, 41013 Sevilla
Openingsuren:
1 juli-31 augustus: dinsdag-zondag 9u-15u; 1 september-30 juni: dinsdag-zaterdag 9u-21u en zondag 9u-15u.
Website (alleen in het Spaans): 
www.museosdeandalucia.es/web/museoarqueologicodesevilla

5. Alfonso XIII hotel

Dit is een heel erg prijzig hotel, maar je moet er wel eens langsgaan. Het is zo een ongelooflijk mooi gebouw, dat je er wel even bij wilt wegdromen. Het werd als luxehotel voor de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling van 1929 gebouwd. Men heeft er wel van 1916 tot 1928 aan moeten bouwen!

Locatie: Calle San Fernando, 2, 41004 Sevilla
Website: www.marriott.com/hotels/travel/svqlc-hotel-alfonso-xiii-a-luxury-collection-hotel-seville

6. Palacio San Telmo

Dit paleis werd in het einde van de zeventiende eeuw gebouwd en is nu de zetel van het regionale parlement, de Presidencia de la Junta de Andalucía. Het gebouw heeft al vele functies gekend. Eerst was het een school voor scheepvaartkunde, daarna een weeshuis voor kinderen van omgekomen zeelieden en nog later het woonhuis van de hertogen van Montpensier. In de twintigste eeuw was het zelfs een tijdje een seminarie. Kijk je ogen uit op de rijk versierde gevel, een toonbeeld van Sevillaanse barok, en probeer te ontdekken wie er zo al op de beelden staat die de dakrand versieren. Ik kon alvast Ponce de Leon onderscheiden.

Locatie: Calle Palos de la Frontera, 41004 Sevilla

7. Torre del Oro

De Torre del Oro staat al sinds het einde van de twaalfde eeuw onverwoestbaar aan de kant van de rivier de Guadalquivir. Het is een overblijfsel van de Moorse verdedigingswerken rond de stad. De toren was vroeger ook met een muur verbonden met de Real Alcázar. Er stond ook een zelfde soort toren aan de andere kant van de rivier, die er nu niet meer is. Deze twee torens waren met een ketting met elkaar verbonden. In de Torre del Oro bevindt zich een klein maritiem museum.

Inkom: €3 om in de toren naar het maritiem museum te gaan, gratis op maandag
Locatie: 
Paseo de Cristóbal Colón, s/n, 41001 Sevilla
Openingsuren:
ma-vr 9u30-18u45; za-zo 10u30-18u45
Website: 
www.visitasevilla.es/monumentos-y-cultura/torre-del-oro

8. Hospital de la Caridad

Je moet de mooie blauw-witte azulejo’s (tegeltjes) van dit gebouw zeker eens gaan bekijken. Dit verzorgingshuis werd opgericht door Don Miguel de Mañara, van wie ook een beeld in het parkje tegenover het gebouw staat. Don Miguel leidde in de zeventiende eeuw een liederlijk leven, maar kwam tot inkeer en hoopte dat zijn zonden vergeven konden worden als hij heel wat geld in dit armenhuis en de kerk zou pompen. Sommigen zeggen wel eens dat Molière zich door hem liet inspireren bij het schrijven van zijn roman Don Juan… Je kan ook binnengaan om de kerk te gaan bezoeken. Er hangen heel wat schilderijen van Juan Valdés Leal, die nogal een macabere kijk op de wereld had. Zoek zeker zijn schilderij Finis Gloriae Mundi, waarop de lijken van een bisschop en een edelman door maden worden opgegeten.

Inkom: €8, incluis audioguide
Locatie: 
Calle Temprado, 3, 41001 Sevilla
Openingsuren:
dagelijks 10u30-19u30
Website: 
www.santa-caridad.es

9. Zwerven in Barrio Santa Cruz

De Barrio Santa Cruz is een van de oudste en gezelligste wijken van Sevilla. Vroeger was dit de Joodse buurt. Omdat de wijk zo gezellig aandoet, is ze meteen ook wel vrij toeristisch. Als je graag souvenirtjes koopt, zal je hier wel aan je trekken komen. Stop zeker ook eens op het Plaza de Doña Elvira. Om de hoek hiervan staat ook het mooie Hospital de los Venerables.

10. Iglesia de Santa Maria la Blanca

De Iglesia de Santa Maria la Blanca was oorspronkelijk een synagoge, maar werd in 1391 verbouwd tot een kerk. De kerk is binnen heel wat uitbundiger versierd dan haar sobere buitenkant. De schilder Murillo, die begraven ligt op de Plaza de Santa Cruz, zorgde voor het Laatste Avondmaal dat in de kerk hangt.

Inkom: gratis
Locatie: 
Calle Sta. María la Blanca, 5, 41004 Sevilla
Openingsuren:
ma-za 10u-13u en 18u-20u30; zo 9u30-12u en 18u-20u30
Website: 
www.andalucia.org/en/cultural-tourism/visits/sevilla/other-visits/parroquia-de-santa-maria-la-blanca/

11. Plaza de Toros de la Maestranza

De Plaza de Toros de la Maestranza is de arena voor de stierengevechten in Sevilla. In deze stad leeft dit gebeuren nog heel erg. Op de avonden van de gevechten zie je alle Sevillanen in hun beste kledij naar de arena trekken, voorzien van een kussentje om op de banken te leggen. Persoonlijk ben ik nooit naar de stierengevechten geweest. Het is echt iets dat ik niet goedkeur, en waar ik geen deel van wil uitmaken. In Sevilla kan je er echter niet naast kijken. Overal zie je het thema terugkomen, en in tapasbar Taberna Belmonte hangen bijvoorbeeld de opgezette koppen van favoriete vechtstieren.

De arena is gelukkig ook gewoon open voor het publiek, zonder dat er gevechten aan de gang zijn. Dan kan je toch eens een kijkje gaan nemen, samen met een bezoekje aan het Museo de Taurino. Je moet de arena wel bezoeken met een rondleiding, die slechts 40 minuten duurt en schijnbaar niet fantastisch is. Vanop La Giralda heb je wel een mooi zicht op de arena, dus misschien is dat voor jou ook al genoeg, net zoals het voor mij was…

Inkom: €8, gratis op maandag 15u-19u
Locatie: 
Paseo de Cristóbal Colón, 12, 41001 Sevilla
Openingsuren:
kijk hier voor de wisselende openingsuren en online tickets.
Website: 
www.realmaestranza.com

12. Casa Lonja - Archivo General de Indias

Het Casa Lonja is de voormalige handelsbeurs van Sevilla, en werd gebouwd in de zestiende eeuw. Sinds de achttiende eeuw doet het gebouw dienst als bibliotheek. Hier vind je in de Archivo General de Indias de koninklijke archieven over de overzeese bezittingen van Spanje. Je kan er onder andere de scheepsjournaals van Columbus en verslagen van Cortés en Pizarro inkijken. Er zijn al meer dan 35000 documenten gedigitaliseerd, en dus gemakkelijk raadpleegbaar. Er zijn vaak ook enkele tijdelijke tentoonstellingen te bezoeken en een zaal met enkele schilderijen van Goya. 

Inkom: gratis
Locatie: 
Av. de la Constitución, s/n, 41004 Sevilla
Openingsuren:
di-za 9u30-16u45; zo 10u-13u45
Website: 
www.andalucia.org/en/cultural-tourism/visits/sevilla/monuments/archivo-general-de-indias

13. Stadhuis - Ayuntamiento

Het stadhuis van Sevilla heet de Ayuntamiento, en ligt aan het belangrijkste plein van Sevilla, de Plaza Nueva. Ga zeker eens kijken naar de interessante oostelijke gevel uit de zestiende eeuw. Deze gevel bevindt zich aan de Plaza de San Francisco.

Locatie: Plaza Nueva, 1, 41001 Sevilla

14. Capilla de San José

Deze kapel uit de achttiende eeuw is gewijd aan Jozef. De kapel werd dan ook gebouwd door timmerlui uit Sevilla. Binnenin lijkt het alsof er een barokbom ontploft is, vol cherubijntjes en gouden tierelantijntjes. Het kapelletje wordt druk bezocht door gelovigen. Het is dan ook een kapel van Opus Dei…

Inkom: €5
Locatie: 
Calle Jovellanos, 41001 Sevilla
Openingsuren:
dagelijks 9u-12u45 en 18u-20u
Website: 
www.andalucia.org/en/cultural-tourism/visits/sevilla/other-visits/capilla-de-san-jose

15. Iglesia Colegial del Divino Salvador

Deze kerk is na de kathedraal de grootste en belangrijkste kerk van Sevilla. Ze werd gebouwd op de plaats van een in 1671 gesloopte moskee. In de kerk vind je enkele van de mooiste achttiende eeuwse barokretabels van de stad. Het hoofdaltaar heeft ook impressionante afmetingen: 21 meter hoog en 10 meter breed!

Inkom: €3
Locatie: 
Pl. del Salvador, 3, 41004 Sevilla
Openingsuren:
ma-za 11u-17u30; zo 15u-19u

16. Museo del Baile Flamenco

Wil je graag meer weten over het hart en de ziel van de Sevillanen, dan kan je naar dit museum komen. Het staat volledig in het teken van de flamenco. Je leert er de verschillende stijlen onderscheiden en probeert er de passie van de flamenco te begrijpen. Wil je echter écht weten wat flamenco is voor de gemiddelde Sevillaan, dan raad ik je aan om gewoon in de stad te zwerven. ’s Avonds weerklinken de klaagzangen vanuit verschillende zaaltjes.

Inkom: €10, show €22, museum en show €26
Locatie:
Calle Manuel Rojas Marcos, 3, 41004 Sevilla
Openingsuren:
10u-19u

17. Casa de Pilatos

Het Casa de Pilatos werd gebouwd in opdracht van de markies van Tarifa, nadat die terugkeerde uit Jeruzalem. De naam zou wel degelijk te maken hebben met Pontius Pilatus. Allicht zag de markies zijn huis in Jeruzalem. De oudste delen van het gebouw dateren uit de jaren 20 van de zestiende eeuw. Het gebouw is erg mooi vanbinnen, in verschillende architecturale stijlen (mudejar, gotiek en renaissance). 

Inkom: €12 (incluis rondleiding op de eerste verdieping)
Locatie: 
Pl. de Pilatos, 1, 41003 Sevilla
Openingsuren:
dagelijks november-maart 9u-18u; april-oktober 9u-19u
Website: 
en.fundacionmedinaceli.org/monumentos/pilatos

18. Metropol Parasol

Iedereen die naar Sevilla is geweest, heeft foto’s van het futuristische plein Metropol Parasol. De houten constructies op het plein zijn ruim 20 meter hoog en je kan er overheen lopen. Het is de grootste houten constructie ter wereld, en werd in 2011 gebouwd. De constructie wordt ook wel de Setas genoemd, of "champignonnen". In de kelder van het plein is ook een archeologisch museum: het antiquarium. Op straatniveau is er een overdekte markt. Het stuk waar je bovenop de constucties kan lopen, heet El Mirador. Via de pasarela, een 250m lange loopbrug, kom je op het hoogste punt, het Balcón Panorámico.

Inkom: plein: gratis; El Mirador: 3 euro
Locatie: 
Plaza de la Encarnación, s/n, 41003 Sevilla
Openingsuren:
El Mirador: zo-do: 9u30-23u en vr-za: 9u30-23u30
Website (alleen in het Spaans): 
setasdesevilla.com

19. Alameda de Hércules

De Alameda is een leuk, groot plein, vol cafeetjes en tapasbars. Er staan Romeinse zuilen op, met een beeld van Hercules en een beeld van Caesar. Aan de andere kant van het plein staan ook zuilen om met de Romeinse zuilen te matchen. Dé plek om mensen te spotten.

20. Basílica de la Macarena

Deze kerk is vooral bekend omwille van haar Maria-beeld, de Maria van Macarena. Dit beeld wordt heel erg vereerd. Tijdens de Semana Santa (de week van Pasen), wordt het beeld op witte donderdag om middernacht door de stad gedragen. Het beeld heeft heel wat juwelen en geborduurde kledingstukken, die je in een klein museumpje kan bezichtigen.
Dit is allicht ook de goede plaats om jullie iets te vertellen over de hermandades of cofradías van Sevilla. Deze meer dan vijftig broederschappen zijn verbonden aan bepaalde kerken, en dragen in de Semana Santa het heilige beeld van die kerk door de stad. De Sevillanen zijn erg religieus, en veel mannen zijn dan ook lid van een broederschap. Je merkt dit doorheen heel de stad. In kleine cafeetjes hangen foto’s van de broederschappen, je kan tombolaticketjes kopen om hen te ondersteunen,… Hou er rekening mee dat tijdens, en soms ook voor, de Semana Santa bijna alles gesloten of onbereikbaar is in Sevilla.

Inkom: gratis
Locatie: 
Calle Bécquer, 1, 3, 41002 Sevilla
Openingsuren:
4 juni-16 september ma-za 9u-14u en 18u-21u30; zo 9u30-14u en 18u-21u30. 17 september-2 juni ma-za 9u-14u en 17u-21u00; zo 9u30-14u en 17u-21u00.
Website (alleen in het Spaans): 
www.hermandaddelamacarena.es

21. Itálica

Itálica is een oude Romeinse stad. De ruïnes liggen bij het charmante dorpje van Santiponce, zo’n tien kilometer van Sevilla. Je kan er gemakkelijk met de bus komen. Hiervoor neem je bus 0110 op de Plaza de Armas. Deze zet je af aan Santiponce, van waaruit je nog een kwartier moet wandelen. Toen ik in Itálica was, waren we er in totaal met ongeveer zo’n acht personen. Er was onder andere een koppel huwelijksfoto’s aan het nemen, wat ik persoonlijk zo wat het beste idee voor huwelijksfoto’s aller tijden vond. Het is een grote opgravingssite, maar ze is toch niet zo bekend. De ligging, in the middle of nowhere, heeft hier allicht wel wat mee te maken. Wij hadden het geluk om tijdens de plaatselijke volkskermis daar te zijn, en konden dus sardines van de barbecue eten en bier drinken in een grote tent. Ik weet wel niet waar je anders terechtkan, dus enige vorm van proviand meenemen is wel aangewezen. Breng zeker water mee, want er is erg weinig schaduw op het terrein en de zon kan branden.

Maar goed, Itálica dus. De stad werd door de Romeinen gesticht rond 200 v.Chr., men zegt door Scipio Africanus, als een kolonie voor gepensioneerde legionairs. Gedurende de daaropvolgende decennia groeide Itálica uit tot de belangrijkste stad in de provincie Baetica. Itálica leverde zelfs twee Romeinse keizers: Trajanus en Hadrianus. Hadrianus liet ook het nieuwe gedeelte van de stad bouwen. Helaas kwam na de bloeiperiode ook verval, door onder andere plunderingen door de Vandalen en de Moren. In de zeventiende eeuw werd dan het dorpje Santiponce gesticht, dat zich bevindt op de oudste delen van Itálica, dat veel uitgestrekter was dan Santiponce nu is.

Op de opgravingssite kan je heel wat bekijken. Zo is er een heuse woonwijk te bekijken uit de tijd van Hadrianus. Het interessantste zijn hier de prachtige mozaïeken die gewoon nog ter plaatse zijn. Het amfitheater is allicht het indrukwekkendste bouwwerk. Gezien het hier zo rustig is, kan je het veel beter bezichtigen dan haar broertje het Colosseum in Rome. Je kan op de banken van het amfitheater lopen, maar je kan ook in een deel van de catacomben wandelen. Er was vroeger plaats voor zo’n 25000 bezoekers, dus dat is niet gewoon een klein stadiumpje.

Er is ook een klein museum aan de opgravingssite verbonden. De interessantste voorwerpen die gevonden zijn, zijn echter overgebracht naar het archeologisch museum in Sevilla zelf. Laat dat je echter niet tegenhouden, deze plek is een echte aanrader!

Inkom: gratis
Locatie: 
Avenida de Extremadura, 2, 41970, Santiponce
Openingsuren:
gesloten op maandag. Klik hier voor de wisselende openingsuren.
Website: 
www.italicasevilla.org

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Facebook
Twitter
Pinterest
Instagram